Nieuws
- 01-08-2010 | Decreet betreffende de ‘milieuvergunningenpiek’
- 05-10-2010 | Derde call ecologiepremie van 2010 is gelanceerd!
- 30-09-2010 | Aanpassing milieuvergunning als gevolg van nieu...
- 15-04-2010 | Uitbreiding kandidaatlijst SVHC met acrylamide
- 01-03-2010 | Presentatie The Sniffers (Workshop Lucht 25/02/...
- 25-01-2010 | Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van...
- 25-01-2010 | Eerste call ecologiepremie van 2010 is gelanceerd!
- 20-01-2010 | REACH: uitbreiding kandidaatlijst van zeer zorg...
- 05-01-2010 | Administratie milieu & preventie
Decreet betreffende de ‘milieuvergunningenpiek’ | 1 augustus 2010
Het decreet van 11 juni 2010 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de invoering van maatregelen tot aanpak van de milieuvergunningenpiek, is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 juli 2010. Het is op dezelfde dag ook in werking getreden.
In 2006 heeft het Vlaams Parlement al een initiatief genomen om de milieuvergunningenpiek af te vlakken, namelijk door in het Milieuvergunningendecreet een art. 45bis toe te voegen waarbij de hernieuwing van bepaalde vergunningen i.p.v. tussen 18 en 12 maanden vóór verval, reeds vanaf 48 maanden vóór verval konden worden ingediend. Dit had niet het verhoopte resultaat volgens het Vlaams Parlement, vandaar opnieuw een Decreet om de vergunningenpiek af te vlakken.
Wat wordt verstaan onder ‘milieuvergunningenpiek’?
Het Milieuvergunningsdecreet en VLAREM integreerden in 1991 verschillende van de voorheen bestaande vergunningstelsels tot één milieuvergunningstelsel. Onder de toepassing van de oorspronkelijke vergunningstelsels werden nog vergunningen verleend voor een vergunningstermijn van 30 jaar (ARAB-vergunning) of voor een onbeperkte termijn (lozingsvergunning). Vanaf 01/09/1991 werden de milieuvergunningen afgeleverd voor een vergunningstermijn van ten hoogste 20 jaar. Naar analogie met de regeling voor de milieuvergunning werd in artikel 44 van het Milieuvergunningsdecreet bepaald dat de vergunningstermijn van alle vóór 1 september 1991 afgeleverde vergunningen beperkt is tot ten hoogste 20 jaar, te tellen vanaf 1 september 1991.
Het gevolg van die bepalingen uit het Milieuvergunningsdecreet is dat nu - 20 jaar later - meerdere duizenden nog bestaande oude ARAB- en lozingsvergunningen op hetzelfde tijdstip komen te vervallen (1 september 2011). Het lijdt geen twijfel dat, indien al de aanvragen tot het hernieuwen van die vergunningen in dezelfde periode worden ingediend, er zich een uitzonderlijke piek in het aantal door de overheid te behandelen milieuvergunningdossiers zal voordoen. Als gevolg daarvan zou de overheid in een situatie verzeild raken waarbij het haar niet meer mogelijk is de vergunningsaanvragen binnen de voorgeschreven termijnen te behandelen. Verschillende van de proceduretermijnen zijn bindend voor de overheid en bijvoorbeeld het niet respecteren van de beslissingstermijn in eerste aanleg wordt gesanctioneerd door een stilzwijgende weigeringbeslissing. Bijgevolg zou de vergunningenpiek niet alleen aanleiding geven tot grote vertragingen in de afhandeling van de dossiers maar eveneens tot bijkomende beroepsprocedures tegen stilzwijgende weigeringbeslissingen, hetgeen een grote rechtsonzekerheid bij de exploitanten over de verdere exploitatie van de inrichting zou veroorzaken.
Wat houdt dit nieuwe decreet nu precies in?
1. De vergunningstermijn van de oorspronkelijke vergunningen wordt (beperkt) hersteld.
Bij de loutere hernieuwing van ARAB-vergunningen, vergund vóór 01/09/1991, “herleeft” de oorspronkelijke vergunningstermijn en dit tot uiterlijk 01/09/2016 (cfr. art. 44 Milieuvergunningendecreet werden deze vergunningen normaal afgeknot tot 01/09/2011).
Vergunningen die voor 01/09/1991 zijn afgeleverd, blijven nu dus geldig voor de in het vergunningsbesluit bepaalde vergunningstermijn, tenzij deze vergunningtermijn verstrijkt na 01/09/2016. In het geval de oorspronkelijke vergunningstermijn verstrijkt na 01/09/2016 en bij onbeperkte vergunningstermijn, vervallen de vergunningen uiterlijk op 01/09/2016.
Dit geldt niet alleen voor de ARAB-vergunningen, maar óók voor de vergunningen verleend onder de volgende stelsels:
- lozingsvergunning (Wet Oppervlaktewateren, 1971);
- vergunning voor het houd en van wedstrijden, test- en oefenritten, en recreatief gebruik van motorvoertuigen en motorrijwielen (Wet Geluidshinder, 1973 en 1976);
- vergunning voor de verwijdering van giftig afval (Wet Giftig Afval, 1974);
- vergunning voor de verwijdering van afvalstoffen (Afvalstoffendecreet, 1981).
Deze nieuwe regeling geldt echter niet voor de grondwatervergunningen, verleend onder het Grondwaterdecreet van 1984. Tengevolge van het Decreet van 11/05/1999 werd reeds bepaald dat deze geldig bleven voor ten hoogste 20 jaar te rekenen van 01/01/1999, dus tot 01/01/2019.
2. Voor deze dossiers (en énkel voor deze dossiers!) komen er aangepaste behandelingstermijnen.
Het decreet voorziet dat de bindende termijnen voor het nemen van de beslissing in eerste aanleg voortaan gelden als termijnen van orde in zoverre de vergunningsaanvraag het hernieuwen van een vergunning als vermeld in artikel 43 of 44 van het Milieuvergunningsdecreet omvat. Deze bepaling voorkomt dat bij ontstentenis van een beslissing in eerste aanleg, het stilzitten van de vergunningverlenende overheid niet automatisch leidt tot de stilzwijgende weigeringsbeslissing.
Om al te lange procedures te vermijden heeft de decreetgever besloten om de exploitanten die binnen de voorziene of verlengde termijnen geen uitspraak over hun vergunningsaanvraag verkrijgen, de mogelijkheid te geven hun dossier bij de vergunningverlenende overheid te rappelleren. Laat de overheid opnieuw na om een beslissing te nemen binnen een nieuwe termijn van 120 dagen die volgt op het indienen van de rappelbrief, dan wordt de vergunning in eerste aanleg geacht geweigerd te zijn. Tegen deze stilzwijgende weigering staat dan het administratief beroep open.
Ook wordt de termijn, waarbinnen de overheid de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig moet verklaren, verlengd van 14 naar 30 dagen.
Ten slotte is voorzien dat indien de adviesverlenende overheidsorganen en de milieuvergunningcommissies geen advies uitbrengen binnen de voorgeschreven adviestermijnen, het ontbreken van het advies niet automatisch als een stilzwijgend gunstig advies wordt aanzien. De vergunningverlenende overheid kan na het verstrijken van de adviestermijn de adviesvraag bij de adviesverlenende instantie in herinnering brengen. Komt er geen advies binnen 1 maand na de herinneringsvraag, dan pas wordt het advies geacht stilzwijgend gunstig te zijn.
3. De regeling van art. 45bis Milieuvergunningendecreet blijft behouden.
In het oorspronkelijke voorstel van decreet was opgenomen dat de aanvraag moest ingediend worden vóór 01/09/2010. Dit is nu gelukkig uit de uiteindelijke decreettekst verdwenen!
Nieuw in het uiteindelijke decreet is wel dat niet alleen ARAB-vergunningen verleend vóór 01/09/1991 hieronder vallen, maar óók de ARAB-vergunningen aangevraagd vóór 01/09/1991 en vergund na 01/09/1991. Volgens artikel 43 Milieuvergunningendecreet hebben dit soort vergunningen een einddatum van max. 20 jaar vanaf de beslissingsdatum. Men beoogt hiermee alle nog bestaande ARAB- en lozingsvergunningen op uniforme wijze in de komende 6 jaar vroegtijdig te kunnen hernieuwen.
Ter verduidelijking: inrichtingen die ondermeer nog beschikken over ARAB-vergunningen die vervallen op 01/09/2011 (art. 44), of later (art. 43), kunnen in hun GEHEEL hernieuwd worden op basis van art. 45bis Milieuvergunningendecreet.
4. De exploitant mag verder exploiteren tot definitieve uitspraak over de hervergunningsaanvraag.
Het is belangrijk voor de exploitant om te weten dat de exploitatie van een inrichting waarvoor de hernieuwing van de vergunning uiterlijk twaalf maanden voor het verstrijken van de vergunningstermijn werd aangevraagd, verder mag exploiteren tot een definitieve beslissing is genomen over de vergunningsaanvraag, ook al vervalt ondertussen de vergunning waarvoor de hernieuwing wordt gevraagd. Dit kan enkel mits het naleven van de algemene en sectorale voorwaarden en de bijzondere voorwaarden uit de verlopen vergunning.
